Vleermuizen

Leefwijze

De enige vliegende zoogdieren, de vleermuizen, zijn ’s nachts aktief, terwijl ze ook gedurende de gehele winter verscholen zitten. Men denkt gewoonlijk dat vleermuizen vooral in holle bomen, grotten en gewelven bivakkeren. Verschillende soorten vleermuizen vestigen zich echter ook graag in gewone rijtjeshuizen, op zolders of achter betimmeringen. Hier te lande komen ruim twintig soorten voor. Hiervan kan men meestal twee soorten aantreffen; De Laatvlieger en de Dwergvleermuis. Er heerst rond hen veel bijgeloof, maar in werkelijkheid zijn het volkomen onschuldige gasten die nergens aan knagen en ook op andere manieren geen schade toebrengen aan huizen of gebouwen. De West-Europese vleermuizen leven van insecten. Deze vangen ze in de lucht door een echopeiling met behulp van geluidsgolven die ze voortdurend uitzenden.
Vleermuizen leven gewoonlijk in kolonies bijeen. Ook op bijvoorbeeld een zolder kunnen er groepen voorkomen. Dit kan vanzelfsprekend met het nodige geritsel en gepiep gepaard gaan. Vooral ’s avonds voor ze uitvliegen om op jacht te gaan is de kolonie onrustig. De verontreinigingen die ze veroorzaken vallen wel mee. De uitwerpselen lijken op die van muizen en zijn slechts door nader onderzoek hiervan te onderscheiden.

Vleermuizen (Chiroptera) zijn zoals gezegd de enige echt vliegende zoogdieren te wereld. In Nederland komen 21 verschillende soorten voor, waarvan de gewone dwergvleermuis en laatvlieger het meest algemeen zijn. Vleermuizen vliegen dankzij een vlieghuid die zich tussen de armen, romp en benen uitspreid. Vleermuizen zijn zeer bijzondere dieren. Zo kennen zij een interessante jaarcyclus en buitengewone jachtmethode. Anders dan vaak gedacht zijn vleermuizen niet gevaarlijk voor de mens. 

Dwergvleermuis

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland en België. Hij behoort tot de familie der gladneuzen en is één van de kleinste vleermuissoorten in Europa, hij past in een luciferdoosje. Tijdens vlucht heeft de gewone dwergvleermuis een spanwijdte van 18 tot 24 cm. Herkenbaar is deze vleermuis naast zijn formaat aan zijn korte, driehoekige oortjes met afgeronde top. Hij heeft een bruine vacht, variërend van oranje tot kastanje of donkerbruin. De gewone dwergvleermuis leeft meestal in vrij kleine kraamkolonies, gemiddeld 80 individuen. Er zijn in Europa doch uitzonderingen bekend van vele honderden vleermuizen per kolonie. De winterslaap houden ze in kleinere groepen van 10 tot 20 dieren. Deze vleermuis is de meest voorkomende soort in Nederland, tot 90% van alle waargenomen vleermuizen. De gewone dwergvleermuis leeft graag in of nabij gebouwen en is dan ook zeer algemeen in tuinen en bosranden. U kunt hem ook vaak zien rondom lantaarnpalen waar hij jaagt op muggen, motjes en vliegen.

Laatvlieger

De laatvlieger is een grote vleermuis met een spanwijdte van 32 tot 38 cm. Zijn naam dankt de laatvlieger aan het feit dat hij later uitvliegt dan de rosse vleermuis, ook wel vroegvlieger genoemd. De laatvlieger is ook een lid uit de familie der gladneuzen. Kenmerken van de laatvlieger zijn de zwarte kop en oren. Hij heeft kleine driehoekige oren. Een laatvlieger kan wel tot 20 jaar oud worden. De laatvlieger is de op één na meest voorkomende vleermuis in Nederland. Hij houdt vooral van halfopen terreinen en is overal in Nederland in het buitengebied te vinden. Ook aan de rand van de bebouwde kom leven zij graag. Jagen doet de laatvlieger op muggen, vliegen, motten en ook op meikevers. Dit doen zij graag in verticale vlucht langs opstaande structuren als heggen, bomen, lantaarnpalen en huizen. De mannetjes van de laatvlieger leven vaak solitair, terwijl de vrouwtjes kraamkolonies vormen van 10 tot 50 individuen. Hoewel de laatvlieger vrij algemeen is in Nederland, is er weinig bekend over zijn winterslaap. Deze duurt van november tot maart/ april. Let op: de laatvlieger is samen met de meervleermuis de enigste vleermuis in Nederland die rabiës, of hondsdolheid met zich mee kan dragen.

Habitat

Omdat er zoveel verschillende soorten vleermuizen bestaan is vrijwel elk terreintype geschikt voor één of meerdere vleermuis soorten. Vleermuizen overal voor waar zij kunnen jagen op insecten, langs water, in bosrijke of open gebieden en in de bebouwde kom. Vleermuizen schuilen overdag in holle ruimtes zoals een holle boom, schuur, ijskelder of leegstaande gebouwen. Deze schuilplekken en winterplaatsen worden jaar op jaar gebruikt, vleermuizen zijn wat dat betreft honkvast. Vaak zijn deze plekken dan ook strikt beschermd.

Dieet

Alle vleermuizen in Nederland zijn insectenjagers. 's Nachts en in de schemering gaan zij op jacht naar muggen, motjes, nachtvlinders en kevers. Prooidieren vinden zij in het donker middels echolocatie. Door ultrasoon geluid uit te schreeuwen en de reflectie op te vangen met hun scherpe gehoor, kunnen zij blind in het donker goed vliegen en jagen.

Gedrag

Vleermuizen zijn echte nachtdieren die actief worden in de schemeruurtjes. Verschillende soorten vertonen verschillend gedrag omdat zij gespecialiseerd zijn in andere jachtmethodes. Allen zijn zij in Nederland echter nachtdieren en allen jagen zij op insecten. Dit betekent dat in de winter weinig voedsel voorhanden is omdat er dan maar weinig insecten zijn. Vleermuizen houden dan ook een winterslaap om kostbare energie te besparen. De winterslaap wordt gehouden in een beschutte, droge ruimte zoals holle bomen, ijskelders en gebouwen. Verstoring van deze winterplaatsen is verboden om de vleermuis te beschermen. Het wakker worden tijdens de winterslaap gaat namelijk gepaard met een opwarming die veel energie kost, waardoor het dier wellicht het voorjaar niet meer haalt.

Voortplanting

In het voorjaar vormen de vrouwtjes zogenaamde kraamkolonies. Hier krijgen zij hun jongen. De mannetjes leven apart, meestal solitair of in kleine groepen. De jongen worden door de moeder gezoogd en kunnen meevliegen op haar buik.

Uitwerpselen

Vleermuizen poepjes zijn gemakkelijk te herkennen. Ze hebben ongeveer het formaat van muizenkeutels. Omdat vleermuizen veelal onder een dakbeschot of andere hoge plek kruipen blijven de uitwerpselen op de muur geplakt. Ook kunt u op het dak keutels vinden. In de keuteltjes zijn vaak delen van insecten terug te vinden zoals schilden of vleugeltjes.

Als plaagdier

Vleermuizen veroorzaken eigenlijk geen overlast en zijn vooral nuttige dieren omdat zij veel vliegen en muggen vangen. Toch worden mensen vaak wat zenuwachtig bij de gedachte dat er vleermuizen in huis of in de schuur leven. U zult als er vleermuizen binnen zitten bijvoorbeeld poepjes op de muur vinden. Vleermuizen kunnen in principe rabiës, of hondsdolheid verspreiden. Het risico hierop is echter zeer klein in Nederland en kan gemakkelijk verholpen worden als u zich niet laat verleiden om het dier aan te raken. Vleermuizen dienen nooit met blote handen opgepakt of geaaid te worden. Heeft u een vleermuis in huis, zet dan een raam open en doe het licht uit. Het dier zal zo weer naar buiten kunnen vliegen. Helpt dit niet, probeer hem dan in een doosje of potje op te scheppen. Ook kunt u een locale vrijwilliger bellen van een vleermuiswerkgroep.

Beschermd

Het is bij wet verboden om vleermuizen te bestrijden of te verjagen. Ze worden beschermd binnen de Flora- en Faunawet. Vleermuizen mogen zelfs niet verstoord worden.

Hoe kom ik van het probleem af?

Heeft u een vleermuis in huis, zet dan een raam open en doe het licht uit. Het dier zal zo weer naar buiten kunnen vliegen. Ook kunt u een locale vrijwilliger bellen van een vleermuiswerkgroep.

Indien er sprake is van vleermuizenoverlast, kan tevens contact opgenomen worden met De Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming te Arnhem > 026-3705318 of bezoek de website http://www.zoogdiervereniging.nl

Rabiës / hondsdolheid

De ziekte rabiës, beter bekent als hondsdolheid wordt veroorzaakt door een lyssavirus en is zeer gevaarlijk. In Nederland is hondsdolheid echter onder controle en er is al 40 jaar geen geval meer van besmetting bij de mens. Het virus dat hondsdolheid verspreid komt voor in speeksel van verschillende zoogdieren, vooral honden, vossen en vleermuizen. Middels een beet, krap of lik kan dit virus worden overgedragen op de mens. Het virus dat door honden en vossen wordt overgedragen vrijwel altijd dodelijk voor mensen als dit niet tijdens de incubatieperiode al wordt behandeld. Het virus dat door vleermuizen, in Nederland alleen de laatvlieger en meervleermuis, wordt overgedragen heeft een andere vorm maar is nog steeds gevaarlijk. Hondsdolheid is moeilijk te herkennen bij dieren. Slechts bij een hersenonderzoek van het dier is uit te sluiten of het hondsdolheid betrof. Dieren die hondsdolheid hebben zijn in de eerste plaats te herkennen aan een buitengewoon gedrag, zoals agressiviteit. Ook tamheid of passiviteit van wilde dieren kan een teken zijn, zoals een uiterst tamme vos. Voorkom dus aanraking met deze dieren.

Mythe

Hondsdolheid is al lange tijd bekend bij de mens. Al uit het oude Mesopotamië zijn er geschreven bronnen bekend omtrent wetgeving voor eigenaren met een hondsdolle hond. De eigenaar kreeg een zware boete mocht een andere persoon sterven aan de gevolgen van een beet van zijn zieke hond. Ook tijdens de middeleeuwen werd er in verschillende delen van Europa hondenbelasting geheven om een teveel aan honden en daarmee rabiës te voorkomen. De mythische weerwolf wordt ook wel in verband gebracht met rabiës. Historici denken dat de weerwolf mythe is ontstaan naar verhalen van mensen die na de beet van een hond erg ziek werden, met symptomen als schuimbekken en agressie. In moderne mythologie kennen we in meerdere horror films het scenario terug dat een gemuteerd rabiësvirus de oorzaak is van een zombie apocalyps.

Wat te doen?

Blijf van dode of levende vleermuizen af! Bent u toch gebeten of gekrabd, neem dan direct contact op met de huisarts of locale GGD

Meer informatie treft hier aan.

 

menu