Hommels ( Bombus spp. )

De cyclus

In tegenstelling tot de honingbijen, waarbij het gehele volk overwintert zijn de hommelstaten éénjarig. Dat wil zeggen dat bij hen in het najaar alle werksters dood gaan en dat slechts enkele koninginnen per nest na de paring uitzwermen en het koude seizoen overleven. Hommels ziet men soms al in maart laag over de grond vliegen. Dit zijn jonge koninginnen die uit hun winterse schuilplaatsen tevoorschijn zijn gekomen om een geschikte plaats te zoeken voor het stichten van een nieuw volk.

De levenswijze

Er leven hier te lande een tiental hommelsoorten. De meeste van hen bouwen hun nesten onder de grond, in een verlaten muizenhol, tussen de stenen van een dijk, een vogelhuisje, een mussennest onder de dakrand of in bijvoorbeeld een mat van isolatiemateriaal op een zolder. Nadat de koningin een plekje heeft gevonden, begint ze met de inrichting van het nest. Is de holte te klein, dan wordt het door haar vergroot tot vuistgrootte en geisoleerd met droge plantenvezels, mos of muizenhaar. Van was bouwt zij nu een paar mooie kleine kruikvormige cellen zo groot als vingerhoeden. In één cel wordt de voorraad bewaard en in de anderen worden de eitjes gelegd.
De larven die onder in de cel uitkomen, worden door de koningin gevoed, die het nu bijzonder druk krijgt met het halen van nectar en stuifmeel. Als de larven volgroeid zijn verpoppen zij zich en na enkele dagen komen de eerste werksterhommels van het jaar uit. Ze zijn vaak bijzonder klein omdat hun moeder eenvoudig niet genoeg heeft klaargespeeld voldoende voedsel aan te slepen. De werksters gaan nu helpen met het bouwen van het nest en met het aanbrengen van voedsel, zodat de koningin zich meer kan beperken tot het leggen van eitjes. Wat verder in de zomer is een hommelnest ogenschijnlijk een wat rommelige zaak, waarin de voorraadcellen en de larvenkamers zomaar door elkaar zitten. De cellen zijn ook niet zo regelmatig als bij honingbijen en ook de orde die daar heerst ontbreekt. Een hommelvolk wordt ook nooit zo groot en telt hoogstens 400-500 individuen.

Het nut

Behalve dat hommels mooi en gezellig zijn, zijn ze ook bijzonder nuttig als bestuivers van vele vruchtenbomen en veldgewassen. Mede als gevolg van de bijensterfte, krijgen ook de hommels het steeds moeilijker omdat ze afhankelijk zijn van de bestuiving. Omdat hommels bijzonder van nut zijn dient hier rekening mee gehouden te worden bij de aanwezigheid van een hommelnest. Wanneer een nest niet tot overlast of voor gevaar zorgt, dient het met rust gelaten te worden.

toch gevaar?

Wanneer het wel tot erg veel hinder of gevaar zorgt kunt u het beste contact opnemen met een imker. Zij kunnen ter plekke beoordelen of het verplaatst kan worden.

menu